ECLI:NL:HR:2012:BY3973
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter militaire ambtenaren
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, sector bestuursrecht, die als administratieve rechter heeft gehandeld in een geschil over de toepassing van de Militaire Ambtenarenwet 1931.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Verzoeker heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad volgt het advies.
Op grond van artikel 78 lid 2 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) neemt de Hoge Raad geen kennis van cassatieberoep tegen uitspraken van rechtbanken die als administratieve rechter optreden, tenzij bij wet anders is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de militaire ambtenarenrechter in deze context.
Het Reglement van inwendige dienst van de Hoge Raad schept geen bevoegdheid tot cassatie, maar regelt slechts de kamerindeling. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing bevestigt de beperkte cassatiemogelijkheden tegen uitspraken van administratieve rechters binnen het bestuursrechtelijke militaire domein.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke bevoegdheid.