ECLI:NL:HR:2012:BY2327

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02576 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 lid 2 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigenArt. 457 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag herziening wegens onjuiste interpretatie minder zware strafbepaling

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Kantonrechter Haarlem, waarbij de aanvrager bij verstek veroordeeld werd voor overtreding van artikel 30 lid 2 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. De opgelegde straf bestond uit twee weken hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid tot motorrijtuigenbestuur voor zes maanden.

De aanvrager stelde dat indien de Kantonrechter kennis had genomen van drie in de aanvraag genoemde veroordelingen in hoger beroep, hij een lagere straf zou hebben gekregen. De Hoge Raad beoordeelde de aanvraag op grond van artikel 457 Sv Pro, waarin herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten die kunnen leiden tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of toepassing van een minder zware strafbepaling.

De Hoge Raad oordeelde dat onder een minder zware strafbepaling moet worden verstaan een strafbepaling die een lichtere straf bedreigt, en niet de oplegging door de rechter van een andere, minder zware sanctie. Hierdoor kon de aanvraag niet tot herziening leiden en werd deze als kennelijk ongegrond afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens kennelijke ongegrondheid.

Uitspraak

6 november 2012
Strafkamer
nr. S 12/02576 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank Haarlem, sector Kanton, locatie Zaandam, van 28 juni 2011, nummer 96/279180-10, ingediend door mr. K. Beishuizen, advocaat te Haarlem, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 2 Wet Pro aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen" bij verstek veroordeeld tot twee weken hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.
Tegen deze uitspraak heeft de aanvrager hoger beroep ingesteld. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 29 november 2011 de aanvrager niet-ontvankelijk in het hoger beroep verklaard.
2. De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvraag
3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de aanvraag wordt aangevoerd dat, indien de Kantonrechter zou hebben kennisgenomen van drie in de aanvraag genoemde veroordelingen in hoger beroep, deze geen, althans een lagere straf aan de aanvrager zou hebben opgelegd.
3.3. De aanvraag kan niet tot herziening leiden. Onder "een minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder valt niet de oplegging door de rechter van een andere (minder zware) sanctie.
3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 6 november 2012.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.