ECLI:NL:HR:2012:BY1577
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tot herziening wegens ontbreken nieuw relevant gegeven
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kinderrechter te 's-Gravenhage, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van goederen en het plegen van geweld tegen goederen. De aanvrager verzocht herziening uitsluitend met betrekking tot het eerste feit, stellende dat hij een alibi had.
De Hoge Raad beoordeelde of het aangevoerde nieuwe gegeven, namelijk het alibi ondersteund door verklaringen van ouders en een getuige, niet reeds bekend was bij de rechter die het vonnis heeft gewezen. Uit het dossier bleek dat de getuige reeds tijdens de terechtzitting was gehoord en het alibi had bevestigd, waardoor het nieuwe gegeven niet als onbekend kon worden aangemerkt.
Daarnaast werd een beroep gedaan op de Salduz-jurisprudentie, maar dit werd verworpen omdat deze jurisprudentie alleen betrekking heeft op aangehouden verdachten, terwijl de aanvrager destijds niet was aangehouden.
De Hoge Raad concludeerde dat de aanvraag kennelijk ongegrond was, omdat geen nieuw, voor het onderzoek relevant gegeven was aangevoerd dat tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou kunnen leiden. Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens ontbreken van een nieuw relevant gegeven.