ECLI:NL:HR:2012:BY1575

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02643 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag tot herziening wegens kennelijke ongegrondheid

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2009, waarin de aanvraagster schuldig werd verklaard voor belaging zonder strafoplegging.

De aanvraag tot herziening baseert zich op het feit dat een betrokkene tijdens het proces niet heeft bekendgemaakt dat hij politiefunctionaris was en tevens toneelspeler, wat volgens de aanvraagster van invloed zou kunnen zijn op de beoordeling van de zaak.

De Hoge Raad overweegt dat herziening slechts mogelijk is indien een nieuw, door bescheiden gestaafd gegeven wordt aangevoerd dat bij het eerdere onderzoek niet bekend was en dat een ernstig vermoeden wekt dat het eerdere oordeel anders zou zijn geweest.

De Hoge Raad oordeelt dat het aangevoerde feit niet voldoet aan deze criteria en dat er geen ernstig vermoeden bestaat dat het eerdere oordeel onjuist was.

Daarom wordt de aanvraag tot herziening afgewezen als kennelijk ongegrond.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens kennelijke ongegrondheid.

Uitspraak

30 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 12/02643 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 februari 2009, nummer 23/000451-08, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 18 januari 2008 - de aanvraagster ter zake van "belaging" ten aanzien van [betrokkene 1] schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
2. De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvraag
3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2. De aanvraag houdt als grond voor herziening in dat voornoemde [betrokkene 1] "nooit tijdens het proces kenbaar heeft gemaakt dat hij werkzaam was als politiefunctionaris en op de hoogte was van alle politietechnieken" alsmede dat hij "nooit de rechter heeft medegedeeld dat hij daarnaast een toneelspeler is".
3.3. Het aangevoerde kan niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld.
3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 30 oktober 2012.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.