ECLI:NL:HR:2012:BX9799

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04819
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:43 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling toerekening van alimentatiebetalingen en verwerping cassatieberoep

In deze zaak stond de toerekening van alimentatiebetalingen centraal. De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigde. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten en behandelde de klachten die de vrouw had ingediend.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de vrouw reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding gaven tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de toerekening van de alimentatiebetalingen zoals vastgesteld in de lagere instanties ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

14 december 2012
Eerste Kamer
11/04819
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,
t e g e n
[De man],
wonende in Suriname,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 318327/HA ZA 08-2728 van de rechtbank Rotterdam van 2 september 2009;
b. het arrest in de zaak 200.044.750/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 juli 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 18 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.