ECLI:NL:HR:2012:BX9301

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03040
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 RvArt. 411 RvArt. 111 lid 2 onder i RvArt. 139 Rv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van verstekverlening bij onjuiste vermelding sanctie niet tijdige griffierechtbetaling

In deze cassatieprocedure stelde eiser beroep in tegen arresten van het gerechtshof Amsterdam. De gemeente, verweerder in cassatie, verscheen niet op de zitting, waarna eiser verstekverlening tegen de gemeente verzocht. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verstekverlening.

De kernvraag betrof de cassatiedagvaarding waarin, naast de juiste sanctie van verval van het recht om in cassatie te komen bij niet tijdige betaling van griffierecht, ook een niet toepasselijke sanctie werd vermeld, namelijk dat de rechter verstek verleent en het verweer buiten beschouwing blijft. De Hoge Raad onderzocht of deze onjuiste vermelding een gebrek oplevert dat tot nietigheid van de dagvaarding leidt.

De Hoge Raad oordeelde dat deze onjuiste vermelding niet tot nietigheid leidt, mede gelet op de ratio van art. 407 lid 2 Rv Pro, die beoogt de verweerder te informeren over de sanctie bij niet tijdige betaling. De vermelding van niet toepasselijke sancties naast de juiste sanctie vormt geen grond om verstek te weigeren.

De zaak werd verwezen naar de rol voor voortprocederen en verstek werd verleend tegen de gemeente. Tevens werd gewezen op een wetsvoorstel tot wijziging van het griffierechtenstelsel dat de sanctie zou uitbreiden.

Deze uitspraak verduidelijkt de vereisten aan de inhoud van een cassatiedagvaarding en bevestigt dat een onjuiste vermelding van sancties niet automatisch leidt tot nietigheid.

Uitkomst: Hoge Raad verleent verstek tegen de gemeente ondanks onjuiste sanctievermelding in cassatiedagvaarding.

Uitspraak

5 oktober 2012
Eerste kamer
12/03040
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [A],
wonende te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
GEMEENTE DE RONDE VENEN,
zetelende te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de gemeente.
1. Het geding in cassatie
[Eiser] heeft bij exploot van 17 april 2012 aan de gemeente aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen de arresten met zaaknummer 200.072.897 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 6 september 2011 en 17 januari 2012, en de gemeente gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 22 juni 2012.
De gemeente is niet verschenen. [Eiser] heeft verzocht tegen de gemeente verstek te verlenen.
De Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper heeft ter terechtzitting van 10 augustus 2012 schriftelijk geconcludeerd tot verstekverlening tegen de gemeente.
2. Beoordeling van het verzoek om verstekverlening
2.1 Ingevolge art. 407 lid 2 Rv Pro dient een cassatiedagvaarding de gevolgen te vermelden die de wet verbindt aan niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht. Die gevolgen zijn vervat in art. 411 lid 1 Rv Pro dat bepaalt dat in dat geval het recht van de verweerder vervalt om in cassatie te komen.
2.2 De hiervoor onder 1 vermelde dagvaarding behelst met betrekking tot de gevolgen van het niet tijdig voldoen van het griffierecht:
"Dat indien gedaagde, verweerder in cassatie, advocaat stelt maar het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, de rechter verstek tegen verweerder verleent, het door de verweerder in cassatie gevoerde verweer buiten beschouwing blijft en diens recht om in cassatie te komen vervalt."
2.3 De dagvaarding vermeldt aldus niet alleen het in art. 411 lid 1 Rv Pro genoemde gevolg, maar ook dat in geval van niet tijdige betaling van het griffierecht de rechter tegen de verweerder verstek verleent en het door de verweerder in cassatie gevoerde verweer buiten beschouwing blijft. Op grond van het bepaalde in art. 407 lid 2 Rv Pro in verbinding met art. 111 lid 2 onder Pro i Rv geldt dat deze in art. 139 Rv Pro genoemde sancties in cassatie niet van toepassing zijn, waardoor de bovenstaande vermelding onjuist is. De vraag is of deze onjuiste vermelding een gebrek oplevert dat tot nietigheid leidt.
2.4 Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Gelet op de ratio van het voorschrift van art. 407 lid Pro 2, tweede zin, Rv - namelijk dat de verweerder op de hoogte wordt gesteld van de sanctie die de wet aan de niet tijdige betaling van griffierecht verbindt - vormt de vermelding van niet toepasselijke sancties, naast de vermelding van de wel toepasselijke sanctie, niet een gebrek dat tot nietigheid behoort te leiden. Ook anderszins vormt deze vermelding geen grond het verstek te weigeren.
Ten overvloede wordt overwogen dat in het voorstel van wet tot wijziging van de Wet van 30 september 2010, Stb. 175, tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel in burgerlijke zaken (Reparatiewet griffierechten burgerlijke zaken) (Kamerstukken II 2011/12, 33 108, nr. 2) wordt voorgesteld om in art. 411 lid 1 Rv Pro aan de sanctie van het verval van het recht van verweerder om van zijn zijde in cassatie te komen wordt toegevoegd de sanctie van het verval van het recht om verweer in cassatie te voeren.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verleent verstek tegen Gemeente De Ronde Venen;
verwijst de zaak naar de rol van 19 oktober 2012 voor voortprocederen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, M.A. Loth, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 5 oktober 2012.