ECLI:NL:HR:2012:BX9020
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- M.V. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat dwangsommen verbeurd zijn vanaf betekening uitvoeringstermijn
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de Staat over de verbeurde dwangsommen die zijn opgelegd wegens het niet tijdig nemen van een besluit door de minister. [Eiser] had een verblijfsvergunning aangevraagd die werd afgewezen, waarna hij bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank had de minister opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen onder verbeurte van een dwangsom van €250 per dag.
De minister nam het besluit te laat, waarna [eiser] aanspraak maakte op betaling van dwangsommen. De Staat betaalde een bedrag, maar vorderde later terugbetaling van €7.000,-- omdat volgens haar de dwangsommen pas vanaf vier weken na betekening van het vonnis verschuldigd zouden zijn. De rechtbank wees deze vordering af, maar het hof oordeelde anders en veroordeelde [eiser] tot terugbetaling.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat de dwangsommen vanaf de betekening van de uitvoeringstermijn zijn verbeurd, conform het arrest van het Benelux-Gerechtshof van 11 februari 2011. De terugvordering van de Staat wordt afgewezen. De Hoge Raad bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de terugvordering van €7.000,-- door de Staat af en bevestigt dat dwangsommen vanaf betekening van de uitvoeringstermijn verbeurd zijn.