ECLI:NL:HR:2012:BX8499
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat voorwaardelijk opzet niet uitsluit oogmerk wederrechtelijke toe-eigening bij elektriciteitsdiefstal
In deze strafzaak stond de vraag centraal of voorwaardelijk opzet op het wegnemen van elektriciteit verenigbaar is met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van die elektriciteit. De verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor diefstal van elektriciteit met dat oogmerk in de periode van 1 juni tot en met 16 juli 2009.
Het hof overwoog dat verdachte, ondanks dat hij constateerde dat het zegel van de energiemeter niet klopte, geen melding maakte aan de elektriciteitsleverancier en bewust stroom afnam buiten de meter om. Gezien zijn specifieke kennis van de elektrische installatie achtte het hof bewezen dat verdachte willens en wetens de kwade kans aanvaardde dat hij elektriciteit wegnam.
De verdediging stelde in cassatie dat voorwaardelijk opzet op het wegnemen van een goed niet verenigbaar is met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat deze opvatting in haar algemeenheid onjuist is. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor diefstal van elektriciteit met oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.