ECLI:NL:HR:2012:BX8160

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03043 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van de aanvrage tot herziening wegens ontbreken nieuwe feiten

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Rotterdam uit 2008, waarbij de aanvrager was veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens meermalen gepleegde verduistering.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of de aanvrage voldeed aan de wettelijke vereisten voor herziening, zoals neergelegd in artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering. Deze vereisen dat de aanvrage nieuwe, feitelijke omstandigheden bevat die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring of een lichtere straf zou hebben geleid.

De Hoge Raad oordeelde dat de aanvrage geen dergelijke nieuwe omstandigheden bevatte en dat de opgave van bewijsmiddelen ontbrak. Daarom was de aanvrage niet ontvankelijk en werd deze afgewezen. Dit arrest bevestigt de strenge criteria voor het toewijzen van herzieningsverzoeken in strafzaken.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van nieuwe feiten.

Uitspraak

25 september 2012
Strafkamer
nr. S 12/03043 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 29 januari 2008, nummer 10/693595-07, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Krimpen aan den IJssel" te Krimpen aan den IJssel.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Rechtbank heeft de aanvrager ter zake van "verduistering, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 25 september 2012.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.