ECLI:NL:HR:2012:BX8079
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bevoegdheden bij opvragen CJIB-gegevens en pasfoto in strafonderzoek
In deze cassatieprocedure staat centraal de vraag of de politie voor het opvragen van een overzicht van boetes en Mulder-beschikkingen bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en voor het verkrijgen van een pasfoto van de verdachte via de gemeente de bijzondere opsporingsbevoegdheden van art. 126nd en 126nf Wetboek van Strafvordering (Sv) had moeten toepassen.
De Hoge Raad stelt vast dat het CJIB als onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie belast is met de inning van administratieve sancties en de ondersteuning van het Openbaar Ministerie. Het opvragen van gegevens betreffende een kenteken bij het CJIB vereist geen toepassing van art. 126nd Sv, omdat het niet gaat om persoonsgegevens van een persoon maar om kentekengegevens. Dit oordeel wijkt af van het hof, maar leidt niet tot cassatie.
Ten aanzien van het opvragen van een pasfoto van de verdachte via de gemeente oordeelt de Hoge Raad dat opsporingsambtenaren op grond van art. 59 Paspoortwet Pro in samenhang met de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 bevoegd zijn deze gegevens op te vragen indien noodzakelijk voor het opsporingsonderzoek. Dit maakt toepassing van de bijzondere opsporingsbevoegdheid van art. 126nf Sv niet vereist.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren naar zes jaren en elf maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zes jaren en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige middelen worden verworpen.