ECLI:NL:HR:2012:BX7887
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over stelplicht en bewijsverdeling bij schadevordering tegen bestuurder vennootschap
In deze zaak staat een schadevordering van Moerdijk B.V. tegen [eiser], bestuurder van [A] B.V., centraal. Moerdijk vordert betaling van bedragen die zij aan [A] B.V. heeft verstrekt, onder meer als lening en borgstelling. Het hof had [eiser] veroordeeld tot betaling van € 80.000,--, omdat hij onvoldoende had gesteld om een bevrijdend verweer te onderbouwen.
De Hoge Raad stelt vast dat [eiser] wel degelijk heeft betoogd dat de betaling van € 50.000,-- een borgtocht was en de € 30.000,-- een langlopende lening met een looptijd van 20 jaar. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat [eiser] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, mede gelet op een brief van de belastingadviseur van [A] B.V. die deze stellingen ondersteunt.
Daarnaast wijst de Hoge Raad op een onbegrijpelijk oordeel van het hof over het ontbreken van een renteafspraak, terwijl Moerdijk in de dagvaarding een rente van 4,5% per jaar had gesteld. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. Beide partijen worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak naar gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.