ECLI:NL:HR:2012:BX7592

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00410
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging werkgeversaansprakelijkheid en omvang zorgplicht werkgever

In deze zaak stond de vraag centraal in hoeverre de werkgever aansprakelijk is voor schade die een werknemer lijdt, met name betrekking hebbend op de omvang van de zorgplicht zoals neergelegd in artikel 7:658 BW Pro. De zaak betrof een geschil tussen eiseres en de Stichting Katholiek Onderwijs in Drechterland-Venhuizen (SKO).

De procedure begon bij de kantonrechter te Hoorn met vonnissen in maart 2009 en maart 2010, waarna het gerechtshof Amsterdam op 4 oktober 2011 een arrest wees. Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen. De klachten van eiseres konden geen cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, mede omdat deze niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Hiermee blijft de uitspraak van het gerechtshof ongewijzigd en wordt de werkgeversaansprakelijkheid en de omvang van de zorgplicht bevestigd zoals door het hof vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

19 oktober 2012
Eerste Kamer
12/00410
EE/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
De stichting STICHTING KATHOLIEK ONDERWIJS IN DRECHTERLAND-VENHUIZEN,
gevestigd te Hoogkarspel, gemeente Drechterland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L.B. de Graaf.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en SKO.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 285613\CV EXPL 08-5034 van de kantonrechter te Hoorn van 9 maart 2009 en 29 maart 2010;
b. het arrest in de zaak 200.070.847/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 4 oktober 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
SKO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 21 september 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SKO begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 19 oktober 2012.