ECLI:NL:HR:2012:BX7484
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over leenrechtvergoeding bij verlenging van uitlening door openbare bibliotheken
De Stichting Leenrecht (SL) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) waren verdeeld over de vraag of een verlenging van een uitlening een nieuwe, zelfstandige uitlening vormt die recht geeft op een nieuwe leenrechtvergoeding. De bibliotheken stelden dat verlenging slechts een verlenging van de oorspronkelijke uitlening is, terwijl SL meende dat verlenging een nieuwe uitlening is.
De rechtbank en het gerechtshof te 's-Gravenhage oordeelden dat verlenging geen nieuwe uitlening is, maar onderdeel van de oorspronkelijke uitlening. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het begrip uitlening als een autonoom Unierechtelijk begrip richtlijnconform moet worden uitgelegd. Verlenging valt onder de beperkte tijd waarin het exemplaar aan één gebruiker ter beschikking wordt gesteld.
SL voerde aan dat verlenging een nieuwe openbaarmaking is en dat auteurs daardoor inkomsten mislopen, maar het hof en de Hoge Raad verwierpen dit. Ook de argumenten dat verlenging een zelfstandige economische waarde vertegenwoordigt en dat het vergoedingssysteem onrechtvaardig is, werden verworpen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde SL in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verlenging van een uitlening geen nieuwe uitlening is en wijst het cassatieberoep van Stichting Leenrecht af.