ECLI:NL:HR:2012:BX6900
Hoge Raad
- Cassatie
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een gevangenisstraf van vijftien jaar was opgelegd. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte, bijgestaan door mr. G. Spong.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafduur, met vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden en dat het tweede middel gegrond was omdat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden.
De overschrijding van meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep, terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef, leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijftien jaar tot veertien jaar en zeven maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen en bleef het arrest in stand.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor de strafduur en sprak het arrest uit op 23 oktober 2012, waarbij de raadsheren Groos, Buruma en Jörg het vonnis tekenden.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot veertien jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.