ECLI:NL:HR:2012:BX5798
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling spermadonor faalt wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De zaak betreft een verzoek van een spermadonor tot vaststelling van een omgangsregeling met het kind dat via kunstmatige inseminatie bij een geregistreerd partnerschap is geboren. De donor stelde dat hij een band met het kind wilde opbouwen en dat dit was afgesproken met de moeder. Het hof oordeelde dat er sprake was van een voldoende persoonlijke betrekking, maar wees het verzoek af wegens zwaarwegende belangen van het kind.
De Hoge Raad stelt vast dat de door het hof vastgestelde omstandigheden onvoldoende zijn om een nauwe persoonlijke betrekking aan te nemen zoals vereist in art. 1:377a BW. De donor kon niet aannemelijk maken dat er een voorgenomen gezinsleven was met de moeder of een band met het kind na de geboorte.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikkingen van het hof en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank die de donor niet-ontvankelijk verklaarde. Het incidentele beroep van de donor wordt verworpen omdat hij geen belang heeft bij verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt het belang van bijkomende omstandigheden naast biologisch vaderschap voor omgangsrecht en bevestigt dat het enkele feit van donor zijn niet voldoende is voor omgangsrecht met het kind.
Uitkomst: De Hoge Raad bekrachtigt de rechtbank en wijst het verzoek van de spermadonor tot omgang af wegens ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.