ECLI:NL:HR:2012:BX5553
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen schriftuur houdende middelen van cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De zaak betrof een strafzaak waarbij verdachte gedetineerd was in de Penitentiaire Inrichting Overijssel te Zwolle.
De verdachte heeft echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn door een raadsman schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president van Dorst als voorzitter en raadsheren Buruma en Jörg, en uitgesproken op 9 oktober 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.