ECLI:NL:HR:2012:BX5321
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte wegens niet-indienen middelen cassatie
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting. Ondanks het instellen van het beroep heeft de verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman laten indienen.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het beroep wegens het niet naleven van het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad heeft dit oordeel overgenomen en de niet-ontvankelijkverklaring uitgesproken.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 2 oktober 2012. Er zijn geen inhoudelijke middelen van cassatie behandeld omdat het beroep niet ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de wettelijke termijn.