ECLI:NL:HR:2012:BX5029
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oplegging ISD-maatregel wegens onvoldoende motivering door hof
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan verdachte een ISD-maatregel van twee jaar was opgelegd wegens diefstal. Het hof had de maatregel gebaseerd op eerdere veroordelingen en diverse rapporten over de persoon van verdachte, waaronder psychische en neurologische onderzoeken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 38m, lid 1, onderdelen 2° en 3°, Sr was voldaan. Met name ontbrak een duidelijke vaststelling dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit ten minste driemaal onherroepelijk was veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf en dat ten tijde van het feit ten minste drie van die straffen geheel waren uitgevoerd. Ook ontbrak een voldoende onderbouwing dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eiste.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor wat betreft de oplegging van de ISD-maatregel en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de sanctie. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering door de rechter bij het opleggen van een ISD-maatregel, waarbij expliciet moet blijken dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor wat betreft de ISD-maatregel en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.