ECLI:NL:HR:2012:BX4434
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof wegens ontbreken motivering afwijking bewijsstandpunt over herkomst geld
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte grote geldbedragen had voorhanden gehad en overgedragen, waarvan zij en haar mededader redelijkerwijs moesten vermoeden dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf. De verdediging voerde aan dat het geld nog niet afkomstig was van een misdrijf zolang het onder de beschikkingsmacht van verdachte was, en dat het misdrijf pas werd gepleegd toen een ander de gelden daadwerkelijk verduisterde.
Het Hof Amsterdam had in zijn arrest afgeweken van dit standpunt, maar heeft daarbij niet in het bijzonder de redenen vermeld die tot deze afwijking hebben geleid, zoals vereist op grond van art. 359, tweede lid, tweede volzin Sv. Dit verzuim leidt volgens art. 359, achtste lid Sv tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het standpunt van de verdediging duidelijk en ondubbelzinnig was onderbouwd en dat het Hof had moeten motiveren waarom het daarvan afweek. Omdat dit niet is gebeurd, wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.
De overige middelen behoeven geen bespreking. De Hoge Raad wijst het beroep in cassatie af voor het overige en constateert een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van motivering bij afwijking van het verdedigingstandpunt en de zaak wordt terugverwezen.