ECLI:NL:HR:2012:BX4295
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling instemming verdachte bij horen getuigen door rechter-commissaris in hoger beroep
In deze strafzaak stond centraal of het horen van getuigen door een lid van het Hof als rechter-commissaris zonder expliciete instemming van verdachte tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep leidt.
De verdachte had bezwaar gemaakt tegen het feit dat een rechter-commissaris die getuigen had gehoord, ook aan het verdere onderzoek ter terechtzitting deelnam. De Hoge Raad onderzocht de toepasselijkheid van artikel 316, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat een rechter-commissaris kan worden aangewezen met instemming van verdachte en het openbaar ministerie.
De Hoge Raad oordeelde dat deze instemming stilzwijgend kan worden gegeven en afgeleid uit de proceshouding van partijen na de aanwijzing van de rechter-commissaris. Omdat uit het proces-verbaal en het strafdossier niet bleek dat verdachte niet had ingestemd, faalde het middel dat stelde dat het onderzoek nietig was.
De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, en het beroep in cassatie werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van verdachte wordt verworpen; het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is niet nietig.