ECLI:NL:HR:2012:BX1760
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëdiging deskundige als getuige in strafzaak
In deze strafzaak stond centraal of het gerechtshof ten onrechte had nagelaten een ter terechtzitting gehoorde deskundige ook als getuige te beëdigen. De verdachte stelde dat dit een schending van procesrecht was. De deskundige had echter de op grond van art. 51m, tweede lid, Sv voorgeschreven belofte afgelegd om naar waarheid en zijn geweten te verklaren.
De Hoge Raad overwoog dat deze beëdiging van de deskundige ook omvat dat hij als mogelijke getuige naar waarheid zal verklaren. Daarmee is een afzonderlijke beëdiging als getuige niet vereist. Dit oordeel volgt uit de wetsgeschiedenis en de tekst van art. 51m Sv, die sinds 1 januari 2010 van kracht is.
De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep van de verdachte werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.
De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 15 juni 2012, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren het arrest tekenden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen; de beëdiging van de deskundige omvat ook zijn getuigenverklaring.