ECLI:NL:HR:2012:BW9878

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01765
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:43 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake restitutie geldleningen en rente

In deze zaak stond de restitutie van geldleningen en de daarbij behorende rente centraal, waarbij ook de vraag van verjaring en toerekening van betalingen aan de orde was. Eiser, woonachtig in Frankrijk, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Verweerster was niet verschenen en verstek was tegen haar verleend.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak, waaronder het vonnis van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerster nihil werden begroot.

Het arrest werd vastgesteld op 30 augustus 2012 en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2012 door raadsheer J.C. van Oven, onder voorzitterschap van vice-president J.B. Fleers en met medewerking van raadsheren W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

14 september 2012
Eerste Kamer
11/017652
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 420045/HA ZA 09-537 van de rechtbank Amsterdam van 4 november 2009;
b. het arrest in de zaak 200.057.673/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 oktober 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door mr. P. Garretsen voornoemd.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft op 6 juli 2012 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is vastgesteld op 30 augustus 2012 en gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 september 2012.