ECLI:NL:HR:2012:BW9264
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vormverzuim bij verhoor verdachte zonder voorafgaande advocaatraadpleging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd veroordeeld voor het wederrechtelijk toe-eigenen van brandstof. Het hof had vastgesteld dat sprake was van een vormverzuim omdat de verdachte tijdens een verhoor terwijl hij uit anderen hoofde van zijn vrijheid was beroofd, niet voorafgaand aan het verhoor was gewezen op zijn recht op juridische bijstand en geen advocaat kon raadplegen. Het hof paste strafvermindering toe maar sloot het bewijs niet uit.
De Hoge Raad bevestigt dat de Salduz-regel ook geldt voor een verdachte die uit anderen hoofde gedetineerd is en dat het niet bieden van de mogelijkheid tot advocaatraadpleging een vormverzuim oplevert. Dit vormverzuim leidt in beginsel tot bewijsuitsluiting van de verklaring van de verdachte, tenzij deze ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht of er dwingende redenen zijn om het recht te beperken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte geen bewijsuitsluiting heeft toegepast en dat er geen ruimte is voor een nadere belangenafweging in dit verband. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de tenlastegelegde feiten en de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting vanwege het niet toepassen van bewijsuitsluiting bij vormverzuim.