ECLI:NL:HR:2012:BW9197

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03301 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10.37 Wet milieubeheerArt. 10.39 Wet milieubeheerArt. 10.40 Wet milieubeheerArt. 359 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring in milieuzaken

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het niet naleven van voorschriften uit de Wet milieubeheer door het in ontvangst nemen van verontreinigde baggerslib zonder de vereiste begeleidingsbrief of met een onvolledig ingevulde begeleidingsbrief. Het Hof Arnhem had de verdachte schuldig verklaard op basis van deze feiten.

De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof, met als kernklacht dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en niet duidelijk uit de bewijsvoering kon worden afgeleid dat de verdachte daadwerkelijk de voorschriften had overtreden.

De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring, met name met betrekking tot het ontbreken van een begeleidingsbrief bij een duwbak en de onvolledige begeleidingsbrief bij een andere duwbak, niet zonder meer uit de bewijsvoering van het hof kon worden afgeleid. Hierdoor voldeed het arrest niet aan de wettelijke motiveringsvereisten.

Gelet hierop vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem, Economische Kamer, voor een hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

26 juni 2012
Strafkamer
nr. S 11/03301 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 8 maart 2011, nummer 21/003054-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. de Bree, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
2.2.1. Het Hof heeft overeenkomstig de tenlastelegging bewezenverklaard dat:
"zij op 14 november 2006 in de gemeente Druten als een persoon, als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b van de Wet milieubeheer, bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, te weten verontreinigde baggerslib (klasse 2), in ontvangst heeft genomen zonder dat haar daarbij een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a en b van voornoemde Wet werden verstrekt, aangezien de baggerslib werd aangevoerd met
- een duwbak, de Navin 3103, met een daarbij behorende begeleidingsbrief die niet volledig conform voornoemd artikel was ingevuld aangezien de geschatte hoeveelheid van de lading en de handtekeningen van de afzender, ontdoener en/of transporteur ontbraken,
en
- een duwbak, de Navin 3029, welke in het geheel niet vergezeld ging van een begeleidingsbrief."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering zoals die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.3 en 3.4 is weergegeven.
2.3. Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte het voorschrift van art. 10.40, tweede lid, Wet milieubeheer niet heeft nageleefd door baggerslib in ontvangst te nemen dat werd aangeleverd met een duwbak, de Navin 3029, zonder dat deze vergezeld ging van een begeleidingsbrief, alsmede door baggerslib in ontvangst te nemen dat werd aangeleverd met een duwbak, de Navin 3103, terwijl deze vergezeld ging van een onvolledig ingevulde begeleidingsbrief, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de bewijsvoering van het Hof, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.4. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 juni 2012.