ECLI:NL:HR:2012:BW8761
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad beoordeelde de middelen van het cassatieberoep en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden, zodat geen nadere motivering noodzakelijk was.
De Hoge Raad stelde vast dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en stelde de straf vast op elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Het beroep werd voor het overige verworpen en het arrest werd op 3 juli 2012 uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.