ECLI:NL:HR:2012:BW8708
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdige betaling griffierecht
In deze zaak hebben eiseres c.s. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het geschil betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep vanwege het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Volgens art. 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moest het griffierecht binnen vier weken na uitroeping van de zaak ter terechtzitting worden voldaan, uiterlijk op 23 maart 2012.
Het griffierecht werd echter pas op 4 april 2012 ontvangen door de Hoge Raad, waardoor het cassatieberoep volgens art. 409a lid 2 Rv niet-ontvankelijk is. De advocaat van eiseres c.s. voerde aan dat de Wgbz in strijd was met art. 6 EVRM Pro en deed subsidiair een beroep op de hardheidsclausule van art. 127a lid 3 Rv, stellende dat een aanmaning de betalingstermijn had verlengd tot 14 april 2012.
De Hoge Raad verwierp het primaire betoog over strijd met art. 6 EVRM Pro op basis van eerdere jurisprudentie en wees ook het subsidiaire beroep op de hardheidsclausule af, conform de conclusie van de Advocaat-Generaal. Het cassatieberoep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en eiseres c.s. werden veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.