ECLI:NL:HR:2012:BW8681

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04435
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam. De zaak werd behandeld door de Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, op 19 juni 2012.

De advocaat van de verdachte heeft schriftelijke middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen geen aanleiding geven tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het Gerechtshof in stand. De uitspraak is gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, arrest Gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

19 juni 2012
Strafkamer
nr. S 10/04435
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 27 september 2010, nummer 21/000775-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 19 juni 2012.