ECLI:NL:HR:2012:BW7009
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest inzake opzegging arbeidsovereenkomst directeur in faillissement
De zaak betreft de opzegging van een arbeidsovereenkomst tussen eiser, die directeur en enig aandeelhouder was van een holding en tevens directeur/commercieel buitendienstmedewerker bij [A] B.V., en de curator van het faillissement van [A]. Na het faillissement op 8 april 2008 heeft de curator de arbeidsovereenkomst opgezegd op grond van art. 40 Faillissementswet Pro. Eiser vorderde betaling van loon en een vergoeding voor de leaseauto, maar de kantonrechter wees dit af wegens het ontbreken van goed werknemerschap.
Het gerechtshof Leeuwarden bevestigde dit oordeel en motiveerde dat de arbeidsovereenkomst gerelativeerd moest worden omdat eiser als eigenaar alle zeggenschap had en de situatie niet voldeed aan de criteria van art. 40 F. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de arbeidsovereenkomst vóór de opzegging door de curator op andere wijze was geëindigd.
De Hoge Raad stelt vast dat eiser geen statutair bestuurder was en dat de arbeidsovereenkomst pas door de curator is opgezegd. De omstandigheden die het hof aanvoerde kunnen niet leiden tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst eerder is geëindigd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het hof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de curator in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof Arnhem voor verdere behandeling.