ECLI:NL:HR:2012:BW6136
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod moeder om buiten bepaalde afstand van vader te wonen bij gezamenlijk gezag
In deze zaak stond de vraag centraal of de moeder, bij wie het kind het hoofdverblijf heeft, mocht verhuizen buiten een door de rechter bepaalde afstand van de vader, met wie zij gezamenlijk gezag uitoefent. De voorzieningenrechter en het gerechtshof hadden reeds een verbod opgelegd aan de moeder om buiten die afstand te wonen.
De moeder stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De klachten van de moeder konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, mede gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en compenseerde de kosten van het cassatiegeding zo dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door een kamer onder voorzitterschap van vice-president Numann en raadsheren Van Oven, Streefkerk, Loth en Snijders.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de moeder en bevestigde het verbod om buiten een bepaalde afstand van de vader te wonen.