Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2012:BW6136

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02491
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verbod moeder om buiten bepaalde afstand van vader te wonen bij gezamenlijk gezag

In deze zaak stond de vraag centraal of de moeder, bij wie het kind het hoofdverblijf heeft, mocht verhuizen buiten een door de rechter bepaalde afstand van de vader, met wie zij gezamenlijk gezag uitoefent. De voorzieningenrechter en het gerechtshof hadden reeds een verbod opgelegd aan de moeder om buiten die afstand te wonen.

De moeder stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De klachten van de moeder konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, mede gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en compenseerde de kosten van het cassatiegeding zo dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door een kamer onder voorzitterschap van vice-president Numann en raadsheren Van Oven, Streefkerk, Loth en Snijders.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de moeder en bevestigde het verbod om buiten een bepaalde afstand van de vader te wonen.

Uitspraak

13 juli 2012
Eerste Kamer
11/02491
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. Groen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 106814/KG ZA 10-250 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Leeuwarden van 6 oktober 2010;
b. het arrest in de zaak 200.076.658/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 12 april 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 juli 2012.