ECLI:NL:HR:2012:BW5726
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- M.A. Loth
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatieberoep inzake vordering bewindvoerder in WSNP
In deze zaak stond centraal de vordering van een bewindvoerder tegen een derde aan wie na het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) gelden door debiteuren van de schuldenaar waren overgemaakt. De bewindvoerder beriep zich op verrekening.
De rechtbank Leeuwarden wees de vordering af, hetgeen door het gerechtshof Leeuwarden werd bevestigd. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering is geen nadere motivering nodig omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van verweerder nihil worden begroot. De uitspraak werd gedaan door raadsheren van Buchem-Spapens, Loth, Snijders en uitgesproken door Van Oven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.