ECLI:NL:HR:2012:BW5521
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad houdt uitspraak aan in compensatie bij langdurige vluchtvertraging in afwachting HvJEU-uitspraak
In deze zaak staat de vraag centraal of het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 19 november 2009, bekend als het Sturgeon-arrest, nog steeds het geldende recht vormt omtrent het recht op compensatie bij langdurige vertraging van vluchten op grond van Verordening (EG) Nr. 261/2004.
De zaak betreft een geschil tussen Transavia Airlines en meerdere verweerders over compensatie bij langdurige vluchtvertraging. De kantonrechter te Haarlem heeft eerder vonnissen gewezen, waartegen Transavia beroep in cassatie heeft ingesteld. De verweerders zijn in cassatie verstek verleend.
De Hoge Raad heeft het verzoek van Transavia om de zaak spoedig te behandelen ingewilligd, waarna de zaak op 23 maart 2012 is bepleit en de Procureur-Generaal met spoed heeft geconcludeerd. Gezien de lopende procedures bij het HvJEU in vergelijkbare zaken, heeft de Hoge Raad besloten zijn uitspraak aan te houden totdat het HvJEU een nieuwe uitspraak heeft gedaan.
De stukken zijn opnieuw aan de Procureur-Generaal overgelegd voor een aanvullende conclusie na de uitspraak van het HvJEU. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2012.
Uitkomst: Hoge Raad houdt uitspraak aan in afwachting van nadere uitspraak HvJEU over compensatie bij langdurige vluchtvertraging.