ECLI:NL:HR:2012:BW5198

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00793 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77wc SrArt. 77p SrArt. 457 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek op grond van art. 77wc jo. 77p Sr

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een beslissing van de Rechtbank Utrecht waarbij een vervangende jeugddetentie werd opgelegd. De aanvrage tot herziening is ingediend door de raadsman van de aanvrager.

De Hoge Raad beoordeelt of de beslissing die herziening betreft, kwalificeert als een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. Het arrest stelt vast dat een beslissing op grond van art. 77wc in verbinding met art. 77p Sr geen einduitspraak is waarop herziening kan worden ingesteld.

Daarom wordt het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad bevestigt hiermee de restrictieve uitleg van de herzieningsmogelijkheden en sluit de mogelijkheid uit om een dergelijke rechterlijke beslissing te herzien via dit verzoek.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestreden beslissing geen einduitspraak is.

Uitspraak

8 mei 2012
Strafkamer
nr. S 12/00793 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een beslissing van de Rechtbank te Utrecht van 29 november 2011, nummer 16/512076-09, ingediend door N. Hendriksen, advocaat te Purmerend, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.
1. De beslissing waarvan herziening is gevraagd
De Rechtbank heeft de in het vonnis van de Rechtbank te Utrecht van 8 september 2009 vermelde vervangende jeugddetentie van een jaar, in de plaats waarvan bij dat vonnis de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige van een jaar werd opgelegd, alsnog opgelegd voor de duur van vijf maanden en tevens de tenuitvoerlegging van die straf gelast.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Art. 457, eerste lid, Sv, luidt, voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, als volgt:
"Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeling, kan worden aangevraagd:
1°. (...)
2°. (...)
3°. (...)"
3.2. De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat een op art. 77wc in verbinding met art. 77p Sr steunende rechterlijke beslissing, als waarvan te dezen sprake is, niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 8 mei 2012.