ECLI:NL:HR:2012:BW5185
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte beschikte ten tijde van de betekening van de aanzegging niet over een bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
De verdachte heeft niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend, zoals vereist op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor is het voorschrift niet nageleefd en kan de verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het beroep in cassatie.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Het arrest is gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 3 juli 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.