ECLI:NL:HR:2012:BW5001

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04660
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Amsterdam

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, behandeld door de Hoge Raad op 8 mei 2012. De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, maar de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt daarom verworpen.

De uitspraak is gedaan door de raadsheren J. de Hullu (voorzitter), B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

8 mei 2012
Strafkamer
nr. S 10/04660
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 11 oktober 2010, nummer 21/000889-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 mei 2012.