ECLI:NL:HR:2012:BW4824

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03976
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in echtscheidingszaak over alimentatie en verdeling huwelijkse voorwaarden

In deze zaak stond een echtscheiding centraal waarbij de vrouw cassatie instelde tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De procedure betrof onder meer de vaststelling van draagkracht voor alimentatie en de verdeling van goederen uit hoofde van huwelijkse voorwaarden.

De feiten en eerdere beslissingen betroffen beschikkingen van de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw, als verzoekster tot cassatie, voerde meerdere klachten aan tegen het hofbesluit, maar de man, als verweerder, heeft geen verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de vrouw reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het hofbesluit in stand. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het hofbesluit blijft in stand.

Uitspraak

4 mei 2012
Eerste Kamer
11/03976
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.B.M. van Dullemen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaken 270868/F1 RK 06/2509 en 289010/F1 RK 07-1773 van de rechtbank Rotterdam van 4 augustus 2008 en 29 december 2009;
b. de beschikking in de zaken 200.061.074/01 en 200.061.112/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 juni 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 13 april 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel op 4 mei 2012.