ECLI:NL:HR:2012:BW3687
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad beoordeelt het beroep en constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvindt.
De Hoge Raad vernietigt daarom uitsluitend het onderdeel van de bestreden uitspraak dat betrekking heeft op de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De straf wordt verminderd tot 23 maanden en 1 week, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak onderstreept het belang van de redelijke termijn in strafprocedures en bevestigt dat overschrijding daarvan kan leiden tot strafvermindering. De Hoge Raad acht geen andere gronden aanwezig om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden en 1 week, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens overschrijding van de redelijke termijn.