ECLI:NL:HR:2012:BW3265
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade door gasexplosie na onzorgvuldig ontluchten gasleiding
Op 18 augustus 2003 vond bij graafwerkzaamheden in een pand waar een coffeeshop werd geëxploiteerd een gasexplosie plaats, veroorzaakt door het ontluchten van een gasleiding door medewerkers van DVOI zonder gebruik van een afvoerslang naar buiten. Dit leidde tot ernstige schade aan het pand en letsel bij betrokkenen.
Diverse deskundigenrapporten, waaronder het Gastec-rapport en het [A]-rapport, onderzochten de oorzaak en de omstandigheden van de explosie. Het Gastec-rapport concludeerde dat het explosieve gasmengsel ontstond door het ontluchten zonder afvoer naar buiten, terwijl het [A]-rapport de duur van het ontluchten en het volume van de ruimte betwistte. De Hoge Raad oordeelde dat deze verschillen niet wezenlijk zijn voor de oorzaak van de explosie.
Het hof had DVOI en Alliander hoofdelijk veroordeeld tot schadevergoeding. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van DVOI en Alliander, bevestigde het oordeel over onzorgvuldig handelen en aansprakelijkheid, en wees het bewijsaanbod van DVOI af wegens onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad benadrukte dat het ontluchten zonder afvoer naar buiten in de afgesloten opstellingsruimte onzorgvuldig was, ondanks dat volgens VIAG-werkinstructies bij kleine installaties geen slang verplicht is. De ernstige gevolgen en eenvoudige preventiemaatregel wegen zwaar mee in dit oordeel.
De uitspraak bevestigt de aansprakelijkheid van DVOI en Alliander voor de schade door de gasexplosie en wijst het beroep in cassatie af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van DVOI en Alliander voor de schade door de gasexplosie en wijst het cassatieberoep af.