ECLI:NL:HR:2012:BW1447

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05741 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bewijsmiddelen

De aanvrage tot herziening betrof een vonnis van de Politierechter te Haarlem van 29 mei 2007, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het bezit van een vervalst reisdocument. De aanvrage werd ingediend door de advocaat van de aanvrager en richtte zich op het verzoek tot herziening van dit vonnis.

De Hoge Raad beoordeelde de aanvrage aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, waarin is bepaald dat een herzieningsverzoek moet worden ondersteund door een opgave van bewijsmiddelen die nieuwe feiten of omstandigheden aantonen die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou hebben geleid.

In deze zaak bevatte de aanvrage geen opgave van bewijsmiddelen ter onderbouwing van de genoemde omstandigheden. Hierdoor voldeed de aanvrage niet aan de wettelijke vereisten en kon deze niet worden ontvangen. De Hoge Raad verklaarde de aanvrage daarom niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot herziening af.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een opgave van bewijsmiddelen.

Uitspraak

10 april 2012
Strafkamer
nr. S 11/05741 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 29 mei 2007, nummer 15/830084-07, ingediend door mr. L.J.P. Mentink, advocaat te Alkmaar, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. De aanvrage bevat geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van de daarin genoemde omstandigheid kan blijken. De aanvrage kan reeds daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 10 april 2012.