ECLI:NL:HR:2012:BW1259
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- C.A. Streefkerk
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schorsing tenuitvoerlegging dwangsommen als wettelijk beletsel en schorsing verjaring
In deze zaak stond centraal de vraag of een beschikking van de voorzieningenrechter die de tenuitvoerlegging van verbeurde dwangsommen schorst op grond van art. 438 lid 2 Rv Pro een wettelijk beletsel vormt als bedoeld in art. 611g lid 2 Rv, waardoor de verjaring van de dwangsommen wordt geschorst.
De feiten betreffen een beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch die eiseres verbood een handelsnaam te voeren en haar veroordeelde tot betaling van een dwangsom. Na opeising van de dwangsommen stelde eiseres een kort geding in, waarbij de kantonrechter de executie schorste totdat een bodemprocedure zou zijn beslist. De rechtbank oordeelde dat deze schorsing geen wettelijk beletsel vormde en verklaarde de dwangsomvordering verjaard. Het hof was het hier niet mee eens en oordeelde dat de schorsing wel een wettelijk beletsel vormde en de verjaring stuitte.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Hij stelde dat de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om de executie te schorsen ingevolge art. 438 lid 2 Rv Pro ertoe leidt dat een dergelijke schorsing een wettelijk beletsel is in de zin van art. 611g lid 2 Rv. Hierdoor wordt de verjaring van de dwangsommen geschorst zolang de schorsing geldt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat schorsing van de tenuitvoerlegging van dwangsommen op grond van art. 438 lid 2 Rv een wettelijk beletsel vormt en de verjaring schorst.