ECLI:NL:HR:2012:BW0647
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens verzuim beslissing op voorwaardelijk verzoek tot horen getuigen
In deze strafzaak werd verdachte verweten op 15 maart 2007 te Arnhem een geldbedrag van 49.010 euro te hebben gehad, wetende dat dit afkomstig was uit enig misdrijf. Tijdens het hoger beroep heeft de verdediging een voorwaardelijk verzoek ingediend op grond van art. 328 jo Pro. art. 331 en Pro art. 415 Sv Pro om opsporingsambtenaren als getuigen te horen, omdat de verslaglegging van de doorzoeking onvoldoende was.
De voorwaarde verbonden aan dit verzoek was dat het hof de verdachte niet zou vrijspreken. Deze voorwaarde werd vervuld, waardoor het hof verplicht was een uitdrukkelijke beslissing op het verzoek te nemen. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting, noch het arrest van het hof bevatte een beslissing op dit verzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest op grond van art. 330 jo Pro. art. 415 Sv Pro. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof te Arnhem voor een hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep, met inachtneming van het verzoek tot het horen van getuigen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het niet beslissen op een voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.