ECLI:NL:HR:2012:BV9233
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf voor diefstal benzine na cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal van benzine op twee momenten in 2007. Het hof had vastgesteld dat verdachte op 2 februari en 2 augustus 2007 respectievelijk 23,11 en 20,35 liter benzine had weggenomen zonder te betalen, en dit bewezen verklaard op basis van verklaringen van verdachte zelf en getuigenverklaringen.
De verdediging voerde aan dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was en dat de verdachte pas na het tanken besloot niet te betalen, hetgeen diefstal zou uitsluiten. Het hof oordeelde echter dat uit de gedragingen en verklaringen van verdachte bleek dat hij vooraf had besloten niet te betalen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring voldoende had gemotiveerd en dat de nadere bewijsoverwegingen waren ontleend aan de eigen verklaringen van verdachte. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van tien maanden werd verminderd tot negen maanden en twee weken.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor een ander onderdeel van het beroep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 15 mei 2012.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn, bewezenverklaring diefstal benzine blijft gehandhaafd.