ECLI:NL:HR:2012:BV9232

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00951
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof wegens verzuim toepassing aftrek voorarrest

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin een verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. De verdachte stelde dat het hof ten onrechte geen toepassing had gegeven aan artikel 27 Sr Pro, dat aftrek van voorarrest voorschrijft.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad in gebreke was gebleven door geen aftrek voorarrest toe te passen en vernietigde het arrest voor zover het de straf betreft. De Hoge Raad voerde zelf de correctie uit door de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis en klinische observatie had doorgebracht in mindering te brengen op de opgelegde straf.

Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatiefase was overschreden, maar dit leidde niet tot rechtsgevolgen gezien de korte duur van de straf en de mate van overschrijding. Het beroep werd voor het overige verworpen en het arrest werd op 8 mei 2012 uitgesproken door de Hoge Raad.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover geen aftrek voorarrest is toegepast en de straf wordt dienovereenkomstig verminderd.

Uitspraak

8 mei 2012
Strafkamer
nr. S 10/00951
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 9 februari 2010, nummer 21/001684-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en voor zover daarbij geen toepassing is gegeven aan art. 27, eerste lid, Sr, tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf en toepassing van voormeld artikel en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd toepassing te geven aan art. 27 Sr Pro.
3.2. Het middel is gegrond. De Hoge Raad zal, met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre, doen wat het Hof had behoren te doen.
4. Beoordeling van het derde middel
4.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
4.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twee maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarbij is verzuimd toepassing te geven aan art. 27 Sr Pro;
beveelt dat op de opgelegde gevangenisstraf van twee maanden in mindering zal worden gebracht de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis en in een inrichting voor klinische observatie bestemd ingevolge een bevel tot observatie heeft doorgebracht;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 mei 2012.