ECLI:NL:HR:2012:BV9181
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring inbraak bedrijfsruimte
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor diefstal uit een bedrijfsruimte te Eemnes op 28 september 2007. Het hof had vastgesteld dat verdachte zich door braak toegang had verschaft tot de bedrijfsruimte en een grote hoeveelheid kleding had weggenomen.
De bewezenverklaring was gebaseerd op diverse bewijsmiddelen, waaronder aangifte van de eigenaar, politieprocessen-verbaal met verklaringen van verbalisanten, en videobeelden waarop verdachte werd herkend. De verdediging voerde aan dat de videobeelden niet betrouwbaar waren en dat het bewijs onvoldoende was om de toegang tot de bedrijfsruimte aan verdachte toe te rekenen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte zich daadwerkelijk toegang had verschaft tot de bedrijfsruimte waaruit de goederen waren weggenomen. Hierdoor voldeed de bewezenverklaring niet aan de wettelijke eisen. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 april 2012.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.