ECLI:NL:HR:2012:BV8216
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over termijn voor indiening verweerschrift door biologische moeder in voogdijzaak
In deze zaak gaat het om een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om te voorzien in de voogdij over een minderjarige geboren in Polen. De biologische moeder, woonachtig in Polen, werd door het hof als belanghebbende aangemerkt nadat zij een brief in het Pools aan het hof had gestuurd en het hof haar brief in overweging had genomen.
De moeder was in appel niet verschenen, maar het hof had haar toch als belanghebbende aangemerkt. In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat de moeder, aan wie geen afschrift van het verzoekschrift in cassatie was toegezonden, alsnog als verschenen belanghebbende moet worden beschouwd.
De Hoge Raad draagt de griffier op om de moeder alsnog het verzoekschrift en de conclusie van de Procureur-Generaal toe te zenden, met de mededeling dat zij binnen twee maanden na verzending een verweerschrift kan indienen. De verdere beslissing wordt aangehouden om haar deze mogelijkheid te bieden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van hoor en wederhoor en het recht van de biologische moeder om haar zienswijze kenbaar te maken in het cassatieproces, ook als zij in eerdere instanties niet was verschenen.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de biologische moeder gelijk aan een verschenen belanghebbende en stelt een termijn van twee maanden vast voor het indienen van een verweerschrift, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.