ECLI:NL:HR:2012:BV8180
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Toepassing gelijkheidsbeginsel bij omzetbelasting op verhuur monumentaal gebouw voor evenementen
Belanghebbende, een toegelaten instelling die een monumentaal gebouw verhuurt voor evenementen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2001. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar, en zowel Rechtbank als Hof verklaarden het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat de verhuur van ruimten met aanvullend dienstbetoon moet worden aangemerkt als verhuur van onroerende zaken volgens de Wet op de omzetbelasting en de Zesde richtlijn. Mededeling 40 biedt een faciliteit voor verhuurders van congres-, vergader- en tentoonstellingsruimten die ook zonder verzoek en ongeacht aftrekgerechtigdheid van de huurder, de verhuur kortdurend belasten tegen het algemene tarief.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende met haar activiteiten vergelijkbaar is met andere verhuurders die onder Mededeling 40 vallen. De Staatssecretaris kon geen geldige reden geven om belanghebbende van deze faciliteit uit te zonderen. Dit zou in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Daarom vernietigde de Hoge Raad de eerdere uitspraken en de naheffingsaanslag, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd en belanghebbende wordt gelijk behandeld volgens Mededeling 40.