ECLI:NL:HR:2012:BV8163
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting: uitdeling door bovenmatige kosten verbetering gehuurd bedrijfsterrein
Belanghebbende, een vennootschap, was eigenaar van een bedrijfsterrein dat zij vanaf 1993 huurde van haar enig aandeelhouder F. In de jaren 2000 tot en met 2002 verrichtte belanghebbende investeringen in de terreinverharding, waaronder het aanbrengen van een vloeistofdichte betonvloer. De vraag was of deze kosten ten laste van de winst konden worden gebracht of dat sprake was van een uitdeling aan de aandeelhouder.
De Rechtbank Arnhem verklaarde de beroepen van belanghebbende gegrond voor de jaren 2000 tot en met 2002 en vernietigde de aanslagen vennootschapsbelasting voor die jaren. Het hof vernietigde echter de uitspraak van de rechtbank voor de jaren 1997 en 2002 en verklaarde de beroepen gegrond, waardoor de aanslagen werden verminderd. Het hof oordeelde dat de herstelverplichting van belanghebbende als huurder niet hoger kon zijn dan de waarde van de terreinverharding bij aanvang van de schadeperiode, vastgesteld op € 40.000.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat bovenmatige kosten die leiden tot waardevermeerdering van het bedrijfsterrein niet ten laste van de winst kunnen worden gebracht, maar als uitdeling aan de aandeelhouder moeten worden beschouwd. De middelen van belanghebbende faalden en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en bevestigde hiermee de rechtspraak over de fiscale behandeling van kosten voor verbetering van gehuurd onroerend goed van een aandeelhouder.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.