ECLI:NL:HR:2012:BV7505
Hoge Raad
- Herziening
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken ernstig vermoeden van onrechtmatigheid
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 2005, waarbij de aanvrager werd veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. De aanvrager stelde dat het Openbaar Ministerie onrechtmatig had gehandeld door een studioverhoor van het slachtoffer uit 2004 niet bij de processtukken te voegen, wat volgens hem tot niet-ontvankelijkheid van het OM had moeten leiden.
De Hoge Raad beoordeelde of het ontbreken van dit studioverhoor een omstandigheid was als bedoeld in artikel 457 lid 1 sub Pro 2 Sv, die een herziening zou rechtvaardigen. Uit het studioverhoor bleek dat het slachtoffer ontlastende verklaringen had afgelegd die mogelijk de aanvrager zouden kunnen vrijpleiten. Echter, het hof beschikte reeds over ander bewijsmateriaal, waaronder verklaringen van ouders en eerdere verhoren van het slachtoffer.
De Hoge Raad concludeerde dat het studioverhoor betrekking had op een andere verdachte en dat uit de inhoud niet met voldoende duidelijkheid kon worden afgeleid dat het verhoor relevant was voor de zaak van de aanvrager. Ook was er geen aanwijzing dat het OM doelbewust of met grove veronachtzaming had gehandeld. Daarom wekte het ontbreken van het studioverhoor geen ernstig vermoeden dat het onderzoek tot niet-ontvankelijkheid of vrijspraak had moeten leiden.
De Hoge Raad wees het verzoek tot herziening af en bevestigde daarmee de eerdere veroordeling en maatregelen tegen de aanvrager.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af wegens ontbreken van een ernstig vermoeden dat het onderzoek tot niet-ontvankelijkheid of vrijspraak had moeten leiden.