ECLI:NL:HR:2012:BV7497
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafbaarheid overtreding huisverbod Wet tijdelijk huisverbod
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van een huisverbod opgelegd door de burgemeester. Het huisverbod was opgelegd op grond van artikel 2 lid 1 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van medebewoners.
De Hoge Raad heeft overwogen dat het hof terecht het bewezenverklaarde kwalificeerde als handelen in strijd met een huisverbod opgelegd op grond van artikel 2 lid 1 Wth Pro, ondanks dat in de tenlastelegging en bewezenverklaring niet expliciet de wettelijke grondslag werd vermeld. Ook het ontbreken van het woord 'uithuisgeplaatste' in de tenlastelegging werd niet als onjuist beoordeeld, omdat volgens de wet degene aan wie een huisverbod is opgelegd als 'uithuisgeplaatste' wordt aangemerkt.
De Hoge Raad verwierp de middelen van de verdediging en bevestigde de strafbaarheid van het feit. Het arrest benadrukt dat het niet noodzakelijk is om in de tenlastelegging het woord 'uithuisgeplaatste' te gebruiken, zolang duidelijk is dat het huisverbod aan de verdachte is opgelegd. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafbaarheid van het overtreden huisverbod en verwerpt het cassatieberoep.