ECLI:NL:HR:2012:BV7390
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Toepassing bedrijfsfusiefaciliteit bij inbreng onroerend goed en tak van bedrijvigheid
Belanghebbende bracht in 2003 haar onderneming inclusief een bedrijfspand in Holding BV in, waarna de onderneming exclusief het bedrijfspand werd ingebracht in Makelaardij BV. De vraag was of de overdracht van het bedrijfspand aan Holding BV winst opleverde die in de vennootschapsbelasting moest worden belast.
De Rechtbank Leeuwarden en het Hof Leeuwarden verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden dat het bedrijfspand dat bij Holding BV achterbleef niet als een tak van bedrijvigheid kan worden aangemerkt. De bedrijfsfusiefaciliteit is bedoeld om overdracht van ondernemingen of zelfstandige onderdelen daarvan fiscaal te faciliteren, maar het pand vormde geen zelfstandig onderdeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'tak van bedrijvigheid' moet worden uitgelegd conform de Fusierichtlijn, waarbij een tak een organisatorisch zelfstandige exploitatie moet vormen. Omdat het pand bij Holding BV achterbleef en niet functioneel deel uitmaakte van een onafhankelijke exploitatie, kon het niet als tak van bedrijvigheid worden aangemerkt. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; het bedrijfspand vormt geen tak van bedrijvigheid voor toepassing van de bedrijfsfusiefaciliteit.