ECLI:NL:HR:2012:BV6993
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend aan de verdachte. De dagvaarding was uitgereikt aan de echtgenote van de verdachte op een ander adres dan het adres waar de verdachte volgens de basisadministratie persoonsgegevens (GBA) was ingeschreven. Tevens was een poging tot betekening op het GBA-adres mislukt en was de dagvaarding uiteindelijk aan de griffier van de rechtbank uitgereikt en per gewone post verzonden.
De Hoge Raad overwoog dat betekening aan een ander dan de verdachte op een adres dat niet het GBA-adres is, niet rechtsgeldig kan plaatsvinden, tenzij de ontvanger zich bereid verklaart de dagvaarding onverwijld aan de verdachte te doen toekomen, wat hier niet het geval was. Ook de poging tot betekening op het GBA-adres was niet geslaagd.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de dagvaarding in hoger beroep niet rechtsgeldig was betekend en verklaarde deze om doelmatigheidsredenen nietig. Het arrest van het hof werd vernietigd. De zaak werd hiermee niet inhoudelijk behandeld, omdat de procedurele onregelmatigheid de voortgang van de procedure blokkeerde.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening.